ⲙⲙⲟⲛ ⲙⲙⲟⲛⲧ=
NB
Vertaling
- niet zijn (paral gedurende ⲟⲩⲟⲛ, zijn)
- ― ook is zonder ander vb
- ―― oké alleen
- ―― met deelwoord ⲉ-
- ―― een andere kopt ontkennen vb
- ―― soms + ⲁⲛ B,F
- ― ook met andere Gk of Ar vb
- – niet doen
- – oh nee
- ― geen, geen, meestal ⲙ. + ⲗⲁⲁⲩ, ϩⲗⲓ
- ― Gk privatieven (S meestal ⲉⲙⲛ)
- met ⲙⲙⲟ= van persoon of ding dat niet heeft (meestal + ϭⲟⲙ, ϣϫⲟⲙ)
Dialectvormen
Sⲙⲙⲟⲛ ⲙⲙⲛ-/ⲙⲛⲧⲉ=
Aⲙⲙⲟⲛ ⲙⲙⲛ-/ⲙⲛⲧⲉ=
Lⲙⲙⲟⲛ ⲙⲙⲛ-/ⲙⲛⲧⲉ=
Fⲙⲙⲟⲛ ⲙⲙⲛ-/ⲙⲛⲧⲉ=
Slⲙⲙⲟⲛ ⲙⲙⲛⲧ=