ⲙⲏⲧ ⲙⲉⲧ-

NB

Vertaling

  • hebben
  • – rangtelwoorden
  • ⲙⲛⲧ-, ⲙⲉⲧ-, (elf tot negentien)
  • ― rangtelwoorden met ⲙⲉϩ-

Dialectvormen

Sⲙⲏⲧ ⲙⲛⲧ-
Aⲙⲏⲧ ⲙⲛⲧ-
Lⲙⲏⲧ ⲙⲛⲧ-