Terug naar woordenboekWoordenboeklemma

ⲙⲟⲩⲣ ⲙⲉⲣ-/ⲙⲟⲣ= ⲙⲏⲣ

VB

Vertaling

  • tr: binden, omgorden, binden [δειν, δεσμευειν, ζωννυειν]
  • - c acc van ding gebonden
  • c - van datgene waarmee gebonden is
  • c ϩⲛ-, ϧⲉⲛ- sim
  • c - van dat op, tot, waarin gebonden
  • c - sim
  • c ⲉϫⲛ- sim
  • c ϩⲛ-, ϧⲉⲛ- van plaats waar gebonden
  • c ⲛⲥⲁ- S, strik achter
  • - omgord met monastieke gewoonte
  • – binden, verplichten onder ede, bezweren
  • qual: gebonden, omgord
  • intr: S, binden
Griekse equivalenten
δειν, δεσμευειν, ζωννυειν

Dialectvormen

Sⲙⲟⲩⲣ ⲙⲣ-/ⲙⲟⲣ= ⲙⲏⲣ
Aⲙⲟⲩⲣ ⲙⲣ-/ⲙⲁⲣ= ⲙⲏⲣ
Lⲙⲟⲩⲣ ⲙⲁⲣ= ⲙⲏⲣ
Fⲙⲟⲩⲣ ⲙⲁⲣ-/ⲙⲁⲣ= ⲙⲏⲣ
Sfⲙⲟⲩⲣ ⲙⲁⲣ-/ⲙⲁⲣ=