Terug naar woordenboekWoordenboeklemma

ϫⲱ()ⲕⲉ, ϫⲟⲩⲟⲩⲕⲉ, ϫⲉⲉⲕⲉ-, ϫⲉⲕ- ϫⲟⲟⲕ=

VS

Vertaling

  • intr: prik, steek, prik
  • tr: [spelen, spelen]
Griekse equivalenten
κνιζειν, παιειν

Dialectvormen

Fϫⲱ()ⲕⲉ ϫⲁⲕⲁ-