ⲃⲏⲃ
NB
Vertaling
- grot, gat, hol, nest
- – van dieren [mandra, spelaion, nossia, foleos]
- – vogels
- – insecten
- – demonen
- – dieven
- – voortvluchtigen
- – kluizenaars
- gespleten in de rots
Griekse equivalenten
μανδρα, σπηλαιον, νοσσια, φωλεοσσπηλαιονσπηλαιοντρυμαλια
Dialectvormen
Sⲃⲏⲃ
Aⲃⲏⲃ
Fⲃⲏⲃ