ⲕⲟⲩϫⲓ
NB
Vertaling
- klein persoon of ding, jong persoon [μικροσ, ολιγοσ, νηπιοσ]
- bijvoeglijk naamwoord
- – klein
- – weinig
- – jong
- bijwoord
- ― ⲛⲟⲩⲕ. , een beetje [μικρον, ολιγον]
- ― ⲡⲕⲉⲕ., ⲕⲉⲕ , nog een beetje
- ― ⲙⲛⲛⲥⲁⲟⲩⲕ. , na een beetje
- ― ϩⲁ-, ϧⲁ-, ϩⲓⲑⲏ ⲛⲟⲩⲕ. , iets eerder
- ― ϣⲁⲧⲛⲟⲩⲕ. S meestal ⲡⲁⲣⲁ, bijna
- ― ⲡⲣⲟⲥ ⲟⲩⲕ. , voor een beetje
- ― ⲕⲁⲧⲁ ⲕ. , af en toe
- ― ⲕⲟⲩⲓ ⲕⲟⲩⲓ, ⲛⲕ. ⲕ. , beetje bij beetje
Griekse equivalenten
μικροσ, ολιγοσ, νηπιοσμικρον, ολιγον
Dialectvormen
Sⲕⲟⲩⲓ ⲕⲟⲩ-
Aⲕⲟⲩⲓ
Fⲕⲟⲩⲓ ⲕⲟⲩ-
Oⲕⲟⲩⲓ
Lⲕⲟⲩⲉⲓ
Slⲕⲟⲟⲩⲉⲓ