Les

Grammatica - Les 01

Basisles over naamwoordklassen, significante letters, determinatoren, nominale zinnen, voornaamwoorden en een nagekeken vertaaloefening.

01

Definities

  1. Een kaal substantief (zelfstandig naamwoord) is een basiswoord zonder enige vorm van determinatie (bepaaldheid), vaak in de vorm van prefixen (voorvoegsels).

  2. Een gedetermineerd (bepaald) substantief is voorzien van een determinator (bepaler), vaak in de vorm van een voorvoegsel.

02

Woordenschat: Kale zelfstandige naamwoorden

Het Koptisch onderscheidt twee geslachten, mannelijk m en vrouwelijk v, en twee getallen, singularis s en pluralis p. Zulke informatie zit vaak vervat in het determinerprefix eerder dan in het kale zelfstandig naamwoord zelf. Zie de volgende sectie over determinatoren voor een eerste praktische toepassing.

Mannelijk mVrouwelijk v

“man, mens”

“vrouw, echtgenote”

“vader”

“moeder”

“broer”

“zus”

“zoon”

“dochter”

“aarde”

“hemel”

Ⲁⲅⲓⲟⲥ

“heilige, sint”

Ⲉⲕⲕ̀ⲗⲏⲥⲓⲁ̀

“kerk”

“dorp”

Ⲡⲟⲗⲓⲥ

“stad”

Opmerking: Een onzijdig geslacht kan af en toe voorkomen, vooral bij etymologisch Griekse adjectieven. De productieve functie ervan is beperkt, maar het kan wel helpen om animate en inanimate referenten van elkaar te onderscheiden.

03

Significante letters

Deze significante letters keren voortdurend terug in de Koptische grammatica en vormen vaak de basis van de Koptische patroongrammatica. De volgende paragraaf over de determinatoren toont meteen een eerste concrete toepassing.

Mannelijk m

/p/

/pʰ/

ϥ

/f/

Vrouwelijk v

/t/

/tʰ/

/s/

Meervoud p

/n/

-

geen vorm

ⲟⲩ

/u, w/

04

Selectie van determinatoren

Voorbeeldwoorden: Ⲥⲟⲛ “broer” / Ⲥⲱⲛⲓ “zus” / Ⲥⲱⲛⲓ “zussen”

TypeMannelijk mVrouwelijk vMeervoud p

Onbepaald

Ⲟⲩⲥⲟⲛ “een broer”

Ⲟⲩⲥⲱⲛⲓ “een zus”

Ϩⲁⲛⲥⲱⲛⲓ “zussen”

Bepaald (lang)

Ⲡⲓⲥⲟⲛ “de broer”

Ϯⲥⲱⲛⲓ “de zus”

Ⲛⲓⲥⲱⲛⲓ “de zussen”

Bepaald (kort)

Ⲡ̀ⲥⲟⲛ “de broer”

Ⲧ̀ⲥⲱⲛⲓ “de zus”

(Geen korte vorm)

Bezittelijk

Ⲡⲁⲥⲟⲛ “mijn broer”

Ⲧⲁⲥⲱⲛⲓ “mijn zus”

Ⲛⲁⲥⲱⲛⲓ “mijn zussen”

Aanwijzend

Ⲡⲁⲓⲥⲟⲛ “deze broer”

Ⲧⲁⲓⲥⲱⲛⲓ “deze zus”

Ⲛⲁⲓⲥⲱⲛⲓ “deze zussen”

Opmerking: ⲡⲓ- en ⲡ̀- zijn synoniemen. We spreken van lange vs. korte bepaalde lidwoorden.

05

Nul-determinatie

Het Koptisch is een hoog-gedetermineerde taal. Vaak (90% van de gevallen) worden zelfstandige naamwoorden dus van een determinator (voorvoegsel) voorzien. Nul-determinatie blijft echter een belangrijke uitzondering waarbij zelfstandige naamwoorden toch zonder determinator kunnen voorkomen. Dit doet zich bijvoorbeeld voor met het hoeveelheidswoord ⲛⲓⲃⲉⲛ “elk/ieder”.

06

Tweeledige nominale zin

Er zijn drie verbindingsvoornaamwoorden in het Koptisch. Ze verschijnen pas na het eerste woord (of de eerste woordgroep) van de zin. We noemen deze woorden postpositief (achter geplaatst) of enclitisch (aanleunend tegen het voorgaande woord), wat betekent dat ze in de schrijfwijze ook als een geheel aan het voorgaande woord vast kunnen staan. We markeren deze met het symbool ‘≡’.

  • ⲡⲉ m “hij, het”

  • ⲧⲉ v “zij, het”

  • ⲛⲉ p “zij, het”

Volgens de conventie laten we er meestal een spatie voor staan, ook al kunnen ze ook direct aan het vorige woord vast geschreven worden. Dus ⲟⲩⲓⲱⲧ ⲡⲉ en ⲟⲩⲓⲱⲧⲡⲉ betekenen hetzelfde.

Toepassingen

In het Koptisch (net zoals in Semitische talen zoals Hebreeuws of Arabisch) is er geen werkwoord ‘zijn’. Maar in het Nederlands zijn we verplicht om het te gebruiken, anders is de vertaling fout.

07

Onafhankelijke persoonlijke voornaamwoorden

Naast de verbindingsvoornaamwoorden bestaan er ook de onafhankelijke persoonlijke voornaamwoorden. Bij de tweeledige nominale zin is het gebruik van de verbindingsvoornaamwoorden de standaard (verplicht). Voor het benadrukken van zulke nominale zinnen kan men ook de onafhankelijke persoonlijke voornaamwoorden inschakelen. Deze zijn prepositief:

Voorbeelden

  • Ⲛ̀ⲑⲟϥ, ⲁⲓⲱⲧ ⲉ. “Hij is mijn vader.”

  • Ⲛ̀ⲑⲟ, ⲁⲙⲁⲩ ⲉ. “Zij is mijn moeder.”

  • Ⲛ̀ⲑⲱⲟⲩ, ⲁⲥⲱⲛⲓ ⲉ. “Zij zijn mijn zussen.”

De onderlijnde letters zijn significante letters.

08

Afkortingen

In de Koptische literatuur worden enkele veelvoorkomende afkortingen gebruikt, meestal om heilige namen (nomina sacra) aan te duiden. De conventionele manier om afkortingen in het Koptisch weer te geven, is door een horizontale lijn boven het afgekorte woord te plaatsen.

In een liturgische context kunnen woordafkortingen ook soms naar veelvoorkomende zinnen verwijzen:

  • ⲕ̅ⲉ̅ = ⲕⲩⲣⲓⲉ̀ ⲉⲗⲏⲥⲟⲛ “heer ontferm U”

  • ⲭ︦ⲉ︦ = ⲭⲉⲣⲉ ⲛⲉ Ⲙⲁⲣⲓⲁ “wees gegroet Maria”

  • ⲛ︦ⲧ︦ⲉ︦ϥ︦ = ⲛ̀ⲧⲉϥⲭⲁ ⲛⲉⲛⲛⲟⲃⲓⲛⲁⲛ ⲉ̀ⲃⲟⲗ “om onze zonden te vergeven”

  • ⲧ︦ⲱ︦ⲃ︦ = ⲧⲱⲃϩ ⲙ̀Ⲡ̀ϭⲱⲓⲥ ⲉ̀ϩ̀ⲣⲏⲓ ⲉ̀ϫⲱⲛ “bid tot de Heer voor ons”

VoluitAfkortingBetekenis

Ⲁⲗⲗⲏⲗⲟⲩⲓⲁ̀

“halleluja”

Ⲁ̀ⲙⲏⲛ

ⲁ̅ⲙ̅

“amen”

ⲥ̅ⲱ̅ⲣ̅, ⲥ̅ⲣ̅

“verlosser”

͞⳪̅, ϭ̅ⲥ̅

“heer, dame”

Ⲕⲩⲣⲓⲟⲥ (-ⲉ̀) m

“heer”

Ⲭⲉⲣⲉ

ⲭ̅ⲉ̅

“gegroet”

Ⲓⲏⲥⲟⲩⲥ Nm

Ⲓⲏ̅ⲥ̅, Ⲓⲥ̅, Ⲓ᷍ⲥ

Jezus

Ⲡⲓⲭⲣⲓⲥⲧⲟⲥ Nm

Ⲡⲭ̅ⲥ̅, Ⲡⲭ᷍ⲥ

Christus

Ⲡ̀ⲛⲉⲩⲙⲁ m

“geest”

Ⲉ̀ⲑⲟⲩⲁⲃ

ⲉ̅ⲑ̅ⲩ̅, ⲉ̅ⲑ̅

“heilig”

Ⲫ̀ⲛⲟⲩϯ

ⲫ︦ϯ︦, ⲫ᷍ϯ, ⲫ̀ϯ

“(de) God”

09

Oefening 01

Oefening 01

Vertaal de volgende nominale uitdrukkingen in het Koptisch (een oplossing is voldoende).

Begrippen

Begrippenlijst

09

Gedetermineerd substantief

nounsdeterminers

Een zelfstandig naamwoord dat voorzien is van een determinator, meestal als prefix. In Les 1 omvat dit onbepaalde, bepaalde, bezittelijke en aanwijzende vormen.

Nul-determinatie

determinersexceptions

Een context waarin een zelfstandig naamwoord zonder expliciet determinerprefix verschijnt. Les 1 benadrukt ⲛⲓⲃⲉⲛ als een veelvoorkomende aanleiding voor dit patroon.

Nomina sacra

abbreviationsliturgical

Traditionele afkortingen van heilige namen en liturgische formules, meestal gemarkeerd met een bovenstreep in Koptische handschriften en kerkboeken.

Bibliografie

Bronnen

01

Originele grammaticale lesinhoud van Kyrillos Wannes. Alle rechten voorbehouden. Les 1 is gebaseerd op de aankomende publicatie Inleiding tot het Bohairisch Koptisch: Basisgrammatica.

  1. Binnenkort